
Het was dinsdag 8 januari 1991 dat ik sterk de indruk kreeg dat de Heer met een bijna hoorbare stem tegen mij zei: “Jij moet naar Israël gaan”. Die middag hadden westerse landen hun landgenoten opgeroepen om Israël zo spoedig mogelijk te verlaten daar Saddam Hoessein dreigde Israël van de kaart te vegen met gifgas raketten.
Het maakte mij boos en verdrietig tegelijkertijd. Bedroefd omdat Israël bedreigd werd om iets waar zij part noch deel aan had. In de zomer van 1990 namelijk, was het Irak van Saddam Hoessein, Koeweit binnen gevallen en de VN hadden Saddam een ultimatum gesteld om vóór 15 januari 1991 Koeweit te verlaten.
En het maakte mij boos omdat de hele wereld deze dreiging van Israël accepteerde en alle buitenlanders opriep het land te verlaten. Ik had mijzelf vaak afgevraagd, als ik in de tijd van de Tweede Wereld Oorlog had geleefd, wat ik zou hebben gedaan om Joden te redden. Het was alsof God sprak: “maar jij leeft vandaag, en nu gebeurd dit met Israël en wat doe jij ermee”? Ik opende het woord van God en las de woorden van de profeet Zacharia (8:21 NBG) “Laten wij toch heengaan om de gunst des HEREN af te smeken en om de HERE der heerscharen te zoeken; ook ik wil gaan”.
Ja, Heer, ook ik wil gaan! Misschien moet ik met een spandoek “Israël je bent niet alleen” door de straten van Tel Aviv gaan lopen of iets dergelijks. Alle praktische bezwaren werden door de Heer opgelost op een wonderlijke manier.
Mijn gezin (zou mijn vrouw me laten gaan?); mijn werk (misschien ben ik er de volgende week niet!); waarheen zou ik gaan?; met wie, etc. allemaal vragen die beantwoordt moesten worden. Eén van de tekens die de Heer moest geven volgens mijn vrouw was, dat ik niet alleen zou gaan. Ik belde een aantal vrienden op waarvan ik dacht dat ze wel mee zouden willen gaan, maar niemand kon.
Die zondagmorgen preekte de voorganger in onze gemeente over het thema “laat God je agenda bepalen”. Juist die morgen zat ik naast iemand die ik nauwelijks kende, Pier van Damme. In het midden van zijn preek stopte de voorganger en zei:” ik wil dat je nu met je naaste buurman bid over het veranderen van je agenda de komende tijd”. Zo kwam het dat ik bad over mijn plannen om naar Israël te gaan. Pier bad tot mijn stomme verbazing echter dat hij ook naar Israël wilde gaan! Na afloop van de dienst vroeg hij wanneer ik wilde gaan.” Morgen”, antwoordde ik. Hij was lichtelijk verbaasd om te horen dat het al zo snel zou zijn, maar die middag kreeg ook hij het groene sein van zijn vrouw om te gaan.
Die zondagavond kwam ik erachter via andere vrienden dat er een gebedsconferentie zou beginnen op dinsdag 15 januari. Precies op de dag dat het ultimatum van de VN aan Irak zou aflopen! Ik belde het nummer van het hotel in Jerusalem waar de conferentie zou plaatsvinden en vroeg naar een zekere Gustav Scheller. Ik had nog maar nauwelijks mijn naam genoemd en wilde vragen of er plaats was op de conferentie of Gustav riep al:” Hallelujah, you are joining us”!
Wij konden de laatste vlucht van de KLM boeken naar Tel Aviv en kwamen zo die avond aan in Jeruzalem, samen met nog 120 mensen uit de hele wereld. Wij waren de laatste twee die toegevoegd werden!
Gustav Scheller heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn leven en daar ben ik heel dankbaar voor. De geweldige uitdaging om het woord van God serieus te nemen en te zien hoe de Heer vooruit gaat om zijn plannen met Zijn volk en deze wereld te volbrengen door ons heen! Wat een genade en voorrecht daar aan mee te mogen doen.
Doet u ook mee?
Richard Zevenhuizen
Voorzitter Ebenezer Operatie Exodus NL